Publicaties & literatuur van SOSNUCHTERHEID vzw
Vrouwen hebben de fles ontdekt: van de naar schatting 800.000 Belgen die aan drankzucht lijden, zouden zij minstens één derde uitmaken - en hun aantal stijgt zienderogen. Stress, een slecht zelfbeeld en ontevredenheid over de werk- en gezinssituatie worden als de belangrijkste oorzaken genoemd. Bij zelfhulpgroepen zoals de AA (Anonieme Alcoholisten) was de verhouding tussen vrouwen en mannen enkele jaren geleden nog gemiddeld één op de vijf, nu is het één op de twee: als die trend zich doorzet, halen vrouwen hun mannelijke drinkebroers binnenkort onherroepelijk in.
Kristien: 'Gered door mijn kinderen'
Kristien V. (44) geeft les aan een middelbare school, ergens in Oost-Vlaanderen. Ze heeft twee kinderen en is vorig jaar gescheiden. Na de geboorte van haar eerste kind, veertien jaar geleden, begon ze te drinken. Achttien maanden geleden is ze gestopt, sindsdien heeft ze geen druppel meer aangeraakt.
KRISTIEN: « Ik ben opgegroeid in een heel gewoon gezin, waar weinig werd gedronken: ik heb het dus zeker niet van mijn ouders. Op zondag deden ze bij het eten soms een fles wijn open, en rond mijn vijftiende heb ik bij zo'n gelegenheid mijn eerste glas gedronken. Het is gek, maar al vanaf die eerste keer had ik het gevoel dat ik niet op een normale manier met drank kon omgaan. Ik zorgde er altijd voor dat ík uitschonk, zodat ik zelf het volste glas had. En als mijn ouders gaan slapen waren, sloop ik naar de barkast om stiekem een slokje cognac uit de fles te drinken. Ik heb altijd een heel geniepige relatie met alcohol gehad.
........... » Op mijn achttiende ben ik aan het conservatorium gaan studeren. Ik heb mijn diploma zonder veel problemen gehaald, en ik kan me niet herinneren dat ik tijdens mijn studententijd met drank bezig was. Ik ging af en toe uit, net zoals alle andere studenten, maar ik dronk met mate - een drankprobleem had ik toen zeker niet.
........... » Ik ben op mijn zevenentwintigste getrouwd, met een muzikant die ik op het conservatorium had leren kennen. Hij kwam wél uit een familie van drinkers; als er bij hem thuis werd gegeten, werd er vaak al lachend gezegd: ‘Het eten is niet belangrijk, als er maar genoeg drank is!’ Elke gelegenheid was goed om een paar flessen wijn open te trekken en de remmen los te gooien. Familiefeesten eindigden steevast met ruzie, omdat iedereen op het einde zat was.»
HUMO: Is je drankprobleem toen ontstaan?
KRISTIEN: « Nee, in het begin van ons huwelijk dronk ik misschien twee of drie glazen wijn op een avond, en dan nog alleen als we uitgingen. » Het is pas fout beginnen te lopen nadat ik op mijn dertigste van mijn zoon bevallen was. Echt álles is toen verkeerd gegaan. Ik heb vierentwintig uur liggen persen, ik kreeg de ene wee na de andere, maar mijn kindje wou er niet uit. Toen de harttonen wegvielen, besloot de gynaecoloog een spoedkeizersnede uit te voeren. Mijn zoon en ik mogen van geluk spreken dat we allebei nog leven.
........... » Na die bevalling ben ik in een postnatale depressie gesukkeld: ik voelde mij verschrikkelijk slecht, ik was constant aan het huilen, en ik kon absoluut niet met mijn baby om. Op een gegeven moment heb ik mij in de badkamer moeten opsluiten, omdat ik dacht: ‘Als mijn kind nu nog één kik geeft, smijt ik het van de trap.’ De druk was gewoon te groot – ook al omdat mijn man zich alleen maar met zijn werk bezighield, en het hele huishouden én de zorg voor het kind op mijn schouders terecht kwamen, terwijl ik ook nog een job had in het onderwijs. Het werd me gewoon allemaal te veel.»
HUMO: Heb je hulp gezocht?
KRISTIEN: « Ja, bij een psychiater. Ik weet nog goed dat die man tegen mij zei: ‘Och mevrouw, dat is normaal. Als je in je vinger snijdt, doet dat een tijdje pijn. Maar als de wonde eenmaal genezen is, is de pijn voorbij. Hier hebt u een voorschrift voor Prozac: daarmee zult u zich in afwachting van uw genezing een heel stuk beter voelen.’ Ik ben naar buiten gegaan en ik heb dat voorschrift kapot gescheurd: ik wou helemaal geen pillen.
........... » In diezelfde periode ontdekte ik dat me veel beter voelde na een glaasje wijn: met elke slok die ik dronk leek het alsof mijn zorgen en problemen kleiner werden. Dát is volgens mij het grootste gevaar van alcohol: dat je je een hele tijd heel goed kunt voelen met een glas op, zonder dat je ontspoort of verslaafd raakt. In het begin voelde ik me gewoon veel rustiger; ik had geen zorgen meer en ik kon opnieuw vrolijk zijn. Het leven woog niet meer zo zwaar.
........... »Ik dronk altijd thuis, als ik alleen was. Meestal begon ik in de vooravond, als aperitief, of terwijl ik aan het eten bezig was. Zonder dat ik het besefte, begon ik steeds meer te drinken.»
Goede wijn
HUMO: Merkte je man daar iets van?
KRISTIEN: « Nee, hij dronk zelf vrij veel, dus viel het hem niet op. Bovendien was hij blij dat ik opnieuw vrolijk kon zijn.
........... » Hij is één keer heel kwaad geweest. Wij hadden in onze kelder twee wijnrekken staan: één rek voor de goedkope flessen, en een ander rek voor de dure. Toen het goedkope rek op een dag leeg was, heb ik een fles dure wijn leeggedronken, en daarvoor heeft mijn man me een fikse uitbrander gegeven: hij vond het onbegrijpelijk dat ik in mijn eentje zo’n dure fles soldaat had gemaakt.
........... » Enkele maanden later ben ik zwanger geworden van mijn dochter, en toen ben ik bijna negen maanden gestopt met drinken: dat ging heel gemakkelijk, geen enkel probleem. Maar toen mijn dochter geboren werd, begon alles van voren af aan. Mijn man was nog minder thuis dan vroeger, en nu moest ik al voor twee jonge kinderen zorgen. Gevolg: stress en spanningen. Ik begon te beseffen dat ik niet gelukkig was bij mijn man: ik was met de verkeerde getrouwd. Maar ik was te bang om bij hem weg te gaan en met twee jonge kinderen aan een nieuw leven te beginnen.
........... » Ik begon opnieuw te drinken, maar deze keer had ik geen grenzen meer. Eerst dronk ik alleen maar witte wijn, maar na een tijdje begon ik ook met sterke drank, vooral wodka. Wij woonden in die tijd in Gent, en ik ging elke dag een paar flessen in een nachtwinkel kopen.
........... » Ik wou niet dat iemand wist dat ik een drankprobleem had, dus regelde ik mijn leven zo dat niemand mij ooit dronken zag. Als ik mijn kinderen van school ging halen, zorgde ik ervoor dat ik niet gedronken had, en als mijn man en ik met vrienden uitgingen, was ik vaak de Bob. Maar als ik dan ’s avonds laat thuiskwam, moest ik mijn schade inhalen en dronk ik een hele fles in één keer uit. Ook thuis hield ik mij altijd in, zodat mijn man geen argwaan kreeg; ik dronk rustig van mijn glaasje wijn, maar als hij even naar de wc ging, liep ik vlug naar de keuken: daar had ik een andere fles verstopt, waar ik snel een paar flinke teugen van dronk. En als hij ging slapen, sloeg ik meestal snel nog een paar glazen achterover, tot ik het gevoel had dat er voldoende alcohol in mijn lijf zat.
........... » Op den duur was ik alleen nog maar met drank bezig. Als ik rond vier uur 's middags van mijn werk naar huis reed, zat ik in de auto te rekenen: ‘Ik moet straks dit doen, en vanavond dat, dus kan ik nu eerst een paar glazen drinken, daarna eet ik iets, dan kan ik mijn kinderen gaan halen en naar de muziekschool brengen, daarna nog een paar glazen, dan komt mijn man thuis, en als hij vroeg gaat slapen, drink ik verder.’ Het werd altijd maar ingewikkelder om mijn dagelijkse dosis alcohol binnen te krijgen. Alleen als mijn man ’s avonds niet thuis was en mijn kinderen in bed lagen, kon ik alle remmen losgooien: dan dronk ik tot ik niet meer kon.»
HUMO: Hoeveel dronk je gemiddeld op een dag?
KRISTIEN: «Twee of drie flessen witte wijn, en tussendoor nog een fles porto of sherry. Op het einde dronk ik vooral wodka, soms twee flessen per dag.»
HUMO: Beséfte je dat je een drankprobleem had?
KRISTIEN: «Natuurlijk! Ik voelde ook dat mijn gezondheid eronder begon te lijden. Elke nacht werd ik om drie uur wakker, en dan kon ik niet meer slapen. Eerst wou ik niet toegeven dat dat van het drinken kwam, tot ik ergens in een boek over natuurgeneeskunde las dat drie uur het uur van de lever is: heel veel alcoholisten worden blijkbaar om drie uur ’s nachts wakker.»
........... » Ik zat gemiddeld om de veertien dagen bij de dokter, omdat ik altijd wel iéts mankeerde: last van mijn maag, mijn darmen, mijn hart... Op het einde had ik constant tintelingen in mijn handen, vooral als ik in bed lag: een typisch symptoom van alcoholisme.»
De eerste stap
HUMO: Wou je ook iets doén aan dat probleem?
KRISTIEN: « Elke nacht nam ik mezelf voor: ‘Vanaf morgen drink ik niet meer.’ Dat lukte goed – tót vier uur ’s middags: dan werd de drang te groot en schonk ik mijn eerste glas vol.»
HUMO: ’s Morgens dronk je niet?
KRISTIEN: « Mijn schoonmoeder had me eens gezegd: ‘Als je ’s morgens al drinkt, ben je een alcoholist.’ Dus deed ik het niet, om mezelf ervan te overtuigen dat het nog zo slecht niet met me was gesteld.
........... » Elke dag zei ik tegen mezelf: ‘Vandaag drink ik maar één glas.’ Maar dat ene glas was altijd direct op, en dan dacht ik: ‘Vooruit, nog ééntje, maar dan is het echt gedaan.’ En als dat tweede glas leeg was: ‘Het is nu toch om zeep, dus kan ik net zo goed blijven drinken. Ik zal morgen wel stoppen.’
........... » Op den duur voelde ik mij totaal waardeloos. Ik was een verliezer: ik kon het zelfs niet winnen van een simpel glas wijn. Ik heb er dikwijls een eind aan willen maken. En als mijn kinderen er niet waren, had ik het gedaan ook. Zij hebben mij overeind gehouden. Hoe zinloos ik het leven ook vond, altijd was er een stemmetje in mijn hoofd dat zei: ‘Dat mag je de kinderen niet aandoen.’»
HUMO: Had je geen vrienden bij wie je terechtkon?
KRISTIEN: « Nee, niemand wist ervan. Ik schaamde me te erg. Meer dan zeven jaar lang heb ik een gigantisch drankprobleem gehad, maar mijn familie, vrienden en collega’s hebben daar nooit iets van gemerkt.»
HUMO: Hoe ben je uiteindelijk afgekickt?
KRISTIEN: « Twee jaar geleden las ik toevallig in de krant een artikel over het stijgend aantal vrouwen met een drankprobleem. Onderaan stond een Nederlandse website voor alcoholisten vermeld. Ik ben diezelfde avond - met de fles in de hand, ik weet het nog goed – naar die site gesurft, en daar heb ik een test gedaan die moest bepalen of ik een alcoholiste was. Ik moest vragen beantwoorden als: ‘Hoe vaak in het afgelopen jaar heb je spijt gehad dat je te veel had gedronken?’ En: ‘Hoe vaak ben je door drankgebruik niet in staat geweest te doen wat je van plan was?’ Het resultaat van die test: ik was overduidelijk een zware alcoholiste.
........... » Op de website stonden ook een paar getuigenissen van ex-verslaafden, en één daarvan, van een zekere Karel, trof mij diep, omdat ze zo eerlijk en herkenbaar geschreven was. Ik heb nog diezelfde avond een e-mail naar Karel gestuurd: dat ik een drankprobleem had en daar iets aan wou doen, maar niet wist hoe. Tot mijn grote verbazing kreeg ik twee uur later al een e-mail terug. Karel schreef dat hij al vijf jaar nuchter was, en hij feliciteerde me met mijn eerste stap: ik had erkend dat ik een probleem had, en ik wou er iets aan doen.
........... » Die nacht, toen ik nog maar eens wakker in mijn bed lag, heb ik tegen mezelf gezegd: ‘Nu is het gedaan.’ De volgende dag heb ik geen alcohol gedronken, en ’s avonds mailde ik naar Karel: ‘Voilà, dag één is voorbij en ik heb niets gedronken.’ Hij mailde onmiddellijk terug: ‘Proficiat, meid. Nu moet je gewoon blijven volhouden.’ Zo zijn wij met elkaar blijven corresponderen. Karel heeft mij door die eerste moeilijke weken zonder alcohol geloodst, ook toen ik na een paar dagen ontwenningsverschijnselen kreeg en overal pijn had. Eerst mailden wij alleen maar, later spraken we elkaar ook via de telefoon.
........... » Er ging een nieuwe wereld voor mij open. Ik kende die man helemaal niet, en toch stond hij mij totaal belangeloos bij, dag en nacht. Hij was de eerste mens in jaren die tegen mij zei: ‘Je doet het goed, meisje. Doe zo voort.’ Die steun en bevestiging had ik enorm nodig. Karel was mijn stimulans om nuchter te blijven.»
De vraag der vragen
HUMO: Merkte je man dat je gestopt was met drinken?
KRISTIEN: « Na tien dagen heb ik hem gevraagd: ‘Zie je niets aan mij?’ ‘Nee,’ antwoordde hij. Ik zei: ‘Ik drink al tien dagen geen alcohol meer.’ ‘Ha,’ zei hij, ‘dan blijft er nu misschien eindelijk nog eens iets voor mij in de ijskast staan.’ Meer had hij niet te zeggen.
........... »Het werd voor mij nóg duidelijker dat mijn huwelijk voorbij was. Een paar maanden later zijn mijn man en ik aan een echtscheidingsprocedure begonnen. Wij zijn nu officieel gescheiden.»
HUMO: Heb je contact gezocht met lotgenoten, of had je genoeg aan de steun van Karel?
KRISTIEN: « Karel had me van in het begin gezegd: ‘Je moet contact zoeken met een AA-groep in je buurt, Kristien. In je eentje zul je het nooit volhouden.’ Maar ik dúrfde niet bij de AA aan te kloppen: ik schaamde me te erg om mijn verhaal aan mensen te vertellen die ik helemaal niet kende.
........... » Ik had op het internet veel over de AA gelezen, en ik kende hun werkwijze, hun ‘twaalf-stappen-programma’ en hun geloof in een hogere macht. Dat was allemaal niks voor mij: daar zou ik me gewoon niet goed bij voelen.
........... » Tijdens een van mijn zoektochten op het internet ben ik op een andere, relatief nieuwe zelfhulpgroep gestoten: SOS Nuchterheid. Ze hadden geen vast programma, er werd met geen woord over God gerept en aan het begin van de bijeenkomsten werd er niet gebeden. Ik heb contact gezocht met een groep van SOS Nuchterheid in mijn buurt, en ik ben naar de wekelijkse vergaderingen beginnen te gaan. Je luistert er vooral naar de verhalen van anderen.
........... » Ik ben heel blij dat er meer vrouwen in mijn groep zitten dan mannen. Mannen met een alcoholprobleem vertellen graag sterke verhalen: hoeveel drank ze konden verzetten, hun black-outs, hun aanvaringen met de politie, de ongevallen die ze hebben veroorzaakt... Veel mannen zijn op de een of andere manier fiér op hun drankmisbruik. Vrouwen hebben dat niet.»
HUMO: Zijn er nog andere verschillen tussen mannen en vrouwen?
KRISTIEN: « Mannen drinken heel vaak op café, vrouwen doen het meestal in het geniep, thuis: van vrouwen wordt niet aanvaard dat ze veel drinken.
........... » Ik ben ervan overtuigd dat mannen en vrouwen om verschillende redenen aan de fles gaan. Vrouwen beginnen meestal omdat ze zich eenzaam of ongelukkig voelen, terwijl mannen niet willen onderdoen voor hun vrienden of collega’s, en drinken uit een misplaatst gevoel van solidariteit en gezelligheid.»
HUMO: Waarom raken sommige mensen verslaafd aan drank en anderen niet?
KRISTIEN: « Dat is dé vraag. Waarschijnlijk is het genetisch bepaald. Ik heb tot mijn vijfentwintigste niet gerookt, en toen heb ik in een zotte bui eens één sigaret opgestoken. De volgende dag jaagde ik er al een heel pakje door. Ik ben gewoon supergevoelig voor álle mogelijke verslavingen.»
HUMO: Je bent ondertussen anderhalf jaar gestopt. Hoe moeilijk is het niet meer te mogen drinken?
KRISTIEN: « Eigenlijk valt dat best mee. Niet drinken is een gewoonte geworden, net zoals drinken dat vroeger was.
........... » Een paar weken heb ik het erg moeilijk gehad: de periode dat mijn man en ik uit elkaar zijn gegaan. Ik heb toen mijn trouwring en verlovingsring van de hand gedaan, en met het geld heb ik een nieuwe ring voor mezelf gekocht - als symbool voor het begin van de rest van mijn leven.»
HUMO: Hoe groot schat je de kans dat jij ooit nog zult drinken?
KRISTIEN: « Ik weet natuurlijk niet hoe ik zal reageren als ik met een heel zware tegenslag geconfronteerd word - als mijn kinderen iets zou overkomen, bijvoorbeeld, of als ik een ongeneeslijke ziekte zou krijgen.
........... » Ik heb voor mezelf een lijstje gemaakt met redenen waarom ik niet meer mag drinken, en als ik het moeilijk heb, overloop ik dat nog eens: ik kan mijn werk verliezen, de kans is groot dat ik opnieuw depressief en ongelukkig word, maar vooral: ik kan mijn schatjes verliezen, want mijn ex-man wil natuurlijk niet dat zijn kinderen onder de hoede zijn van een alcoholiste.
........... » Het belangrijkste is niet te veel aan de toekomst te denken. Een herstellende alcoholist mag eigenlijk alleen maar met vandaag in zijn hoofd zitten. Als je tegen jezelf zegt, ‘Ik mag de volgende dertig jaar niet meer drinken,’ houd je het nooit vol. De bedoeling is dat je zegt: ‘Vandáág drink ik niet.’ En als dat lukt, probeer je het de volgende dag opnieuw’»
Allergie
HUMO: Weten je kinderen dat hun moeder een alcoholiste is?
KRISTIEN: « Nee. Als ze wat ouder zijn, ga ik hun wel vertellen wat er aan de hand is.
........... » Ik begin me de laatste tijd steeds meer zorgen te maken over hoe ik zal reageren als mijn eigen kinderen beginnen te drinken, als ze binnenkort uitgaan. Ik wil het hun zeker niet verbieden, en ik wil hen ook niet voortdurend op de gevaren van alcohol wijzen - maar ik zal mijn angst niet kunnen verbergen, denk ik. Als mijn kinderen ooit zelf verslaafd raken aan drank, zou ik daar echt ziék van zijn.»
HUMO: Hoe reageert je omgeving er op dat je niet meer drinkt?
KRISTIEN: « In het begin zei ik altijd dat ik een allergie voor alcohol had ontwikkeld. De meeste mensen stellen zich daar verder geen vragen bij.
........... » Je staat er nooit bij stil, maar alcohol speelt een heel grote rol in onze maatschappij. Als je uitgaat of bij iemand op bezoek gaat, wordt er áltijd gedronken. Het is iets heel vanzelfsprekends, een onderdeel van het dagelijkse leven.»
HUMO: Heeft stoppen met drinken je veranderd?
KRISTIEN: « Ja, ik heb mijn levensvreugde teruggevonden: ik kan opnieuw vrolijk en enthousiast zijn.
........... » Stoppen met drinken heeft me ook geleerd om van dag tot dag te leven. Ik maak me niet meer zoveel zorgen over wat er morgen gaat gebeuren. We zien wel
........... » Maar de belangrijkste les: niets of niemand is het waard dat ik opnieuw zou gaan drinken. Mijn eigen geluk en gezondheid komen op de eerste plaats.»
Vera: 'Mijn leven was voorbij'
Vera D. (37) is drie weken geleden ontslagen uit een ontwenningskliniek in Sint-Niklaas. Na twaalf jaar van drankmisbruik leeft ze nu al zes maanden zónder alcohol. De puinhoop die de drank van haar leven maakte, probeert ze beetje bij beetje weer op te ruimen.
VERA: « Ik was heel goed op school, altijd bij de beste drie van de klas. Ik was een perfectioniste, in mijn vrije tijd was ik altijd aan het studeren. Mijn broers en zussen waren goed met hun handen, maar ik werkte liever met mijn hoofd. Na mijn humaniora ben ik dienst gegaan bij een bank in Brussel. ’s Avonds volgde ik nog een cursus boekhouden.
........... » Ik ben op mijn eenentwintigste getrouwd, en de eerste jaren van mijn huwelijk was ik heel gelukkig. Ik kreeg kort na elkaar twee kinderen, het mooiste cadeau dat ik me kon inbeelden. Alleen jammer dat ik elke dag met de trein van Sint-Niklaas naar Brussel moest, en meestal pas ’s avonds laat thuiskwam. Omdat ik zo hard werkte en weinig tijd voor mezelf en mijn kinderen had, begon ik slecht te slapen: ik lag urenlang te piekeren in mijn bed, ik kon mijn gedachten maar niet stopzetten. Om gemakkelijker in slaap te kunnen vallen, ben ik op een gegeven moment, vóór ik naar bed ging, een slaapmutsje beginnen te drinken: in het begin was dat één of twee glazen porto, maar na een paar maanden zat ik al aan een halve fles.»
HUMO: En beter slapen deed je waarschijnlijk niet?
VERA: « Nee, het werd alleen maar erger. Toen het zover kwam dat ik overdag nauwelijks nog kon functioneren, ben ik met mijn slaapprobleem naar de dokter gegaan. Hij schreef me pillen voor, maar die werkten niet. Dus begon ik steeds meer te drinken, om toch maar een beetje te kunnen slapen.
........... » Op een gegeven moment, ik denk dat ik zevenentwintig was, had ik ’s avonds een volledig doosje slaappillen geslikt, en een fles porto leeggedronken. De volgende dag werd ik wakker in het ziekenhuis, met een vreselijke kater. Ik was in een halve coma gesukkeld, en mijn man had mij naar de spoed gebracht. 's Middags is hij mij weer komen halen, en niemand heeft verder nog over dat voorval gerept – de dokters niet, mijn man niet, en ik zelf ook niet. Achteraf besefte ik dat dat helemaal verkeerd was; ik begrijp nog altijd niet waarom de dokters mij toen niet in het ziekenhuis hebben gehouden. Blijkbaar vond niemand dat ik een probleem had.»
HUMO: Besefte jij na dat voorval dat het niet goed met je ging?
VERA: « Ja, ik dronk in die periode twee of drie flessen wijn of porto per dag. Meestal maakte ik zo'n fles in één keer leeg: ik wou dat de alcohol zo snel mogelijk begon te werken. Later ben ik overgeschakeld op wodka met fruitsap.
........... » In het begin dronk ik alleen maar ’s avonds, tot ik zat genoeg was om te kunnen slapen. Maar na verloop van tijd begon ik er overdag al aan, en op het einde zelfs ’s morgens, voor ik naar het werk vertrok.
........... » Een halfjaar na die opname in het ziekenhuis ben ik op eigen houtje naar een psychiater gegaan. Maar het klikte niet tussen ons. Die man schreef mij Campral voor, een geneesmiddel dat de hunkering naar alcohol doet afnemen, maar hij had totaal geen interesse voor mijn verhaal, en de reden waaróm ik dronk. Die Campral werkte ook niet bij mij: ik had nog altijd evenveel zin in alcohol.
........... » Ik ben toen naar mijn huisdokter gegaan, en die heeft mij Antabuse voorgeschreven - pillen waar je doodziek van wordt als je drinkt. Maar die werkten ook al niet: ik werd niét ziek. Op een gegeven moment heeft hij zelfs een capsule Antabuse onderhuids in mijn bil ingeplant, maar die is er na een paar dagen gewoon uitgezwéérd. Het leek wel alsof mijn lijf per se wilde dat ik verder dronk.»
De schoonmaakster
HUMO: Dronk je stiekem, zoals de meeste vrouwen met een drankprobleem?
VERA: « Ja, ik had nooit veel flessen in huis. Meestal ging ik naar de supermarkt, waar ik een krat water en een paar flessen drank kocht, en onderweg naar huis goot ik de flessen water dan leeg en vulde ik ze opnieuw met wodka of wijn. De lege flessen gooide ik in de glascontainer.
........... » Mijn drankprobleem werd steeds erger. Ik begon mijn kinderen, mijn man, mijn werk en mijn huishouden te verwaarlozen; en ik at niets meer: op den duur woog ik nog maar 42 kilo. Toen heb ik mij, onder druk van mijn man en kinderen, laten opnemen in een psychiatrisch ziekenhuis. Ik ging ervan uit dat de ontwenningskuur maar drie weken zou duren, maar uiteindelijk ben ik vijf maanden gebleven. Die hele periode heb ik geen druppel alcohol gedronken. Toen ik weer naar huis mocht, was ik volledig afgekickt. Ik dacht: ‘Goddank, ik ben er voorgoed vanaf.’ Ook de dokters en het verplegend personeel waren daarvan overtuigd.»
HUMO: Je kon met een schone lei beginnen?
VERA: « Dat dacht ik, ja. Ik wou een nieuwe job zoeken, en vooral weer bij mijn gezin zijn. Maar toen ik weer thuis was, ontdekte ik dat mijn man een verhouding was begonnen met onze Albanese schoonmaakster, een vrouw die ik van de straat had gehaald, een job en eten had gegeven en Nederlands had geleerd. Ik voelde mij verraden: diezelfde avond ben ik een fles martini uit een drankautomaat gaan halen, en die heb ik in mijn auto in één keer leeggedronken. Daarna ben ik weer naar huis gegaan, waar ik hysterisch ben geworden. Mijn man en zoon hebben me ’s nachts terug naar het psychiatrisch ziekenhuis gebracht; daar hebben ze me in een isoleercel gestoken, tot ik weer nuchter was.
........... » De volgende dag zei mijn man dat hij wou scheiden, en dat ik niet meer in ons huis mocht wonen. Een paar dagen later heb ik een klein appartementje gehuurd - en daar ben ik heel zwaar beginnen te drinken. Ik had het gevoel dat mijn leven voorbij was, dat er niets meer overbleef voor mij. Ik was alles kwijt: mijn man, mijn kinderen, mijn job, en mijn zelfrespect. Ik heb een jaar in dat appartement gewoond, en alleen maar gedronken. Dat was de enige manier om mijn zorgen te vergeten. Soms dronk ik vier of vijf flessen wijn of wodka in één dag.
........... » Eind vorig jaar was ik óp: ik had het gevoel dat ik zou sterven als ik niets deed. Op Kerstdag heb ik mij opnieuw in het psychiatrisch ziekenhuis in Sint-Niklaas aangemeld. Ik schaamde mij enorm toen ik de dokters en het verplegend personeel terugzag, ik voelde mij een complete mislukkeling.
........... » De tweede ontwenningskuur was zwaarder dan de eerste: ik was veel verder doorgeslagen en de ontwenningsverschijnselen speelden mij veel meer parten. Vier of vijf dagen nadat ik ben beginnen af te kicken, heb ik zelfs een epileptische aanval gekregen.
........... » Het ergste was dat mijn kinderen me niet meer wilden zien en me in het ziekenhuis geen enkele keer zijn komen bezoeken.»
HUMO: Je hebt het ziekenhuis drie weken geleden verlaten. Ben je nu genezen?
VERA: « Ik ben fysiek én psychisch van de drank afgekickt, maar ik ga nog wel elke dag een paar uur naar het ziekenhuis, om samen met andere alcoholisten groepstherapie te volgen. Het doet me goed mijn ervaringen te kunnen delen met lotgenoten.»
HUMO: Wat zijn je toekomstplannen?
VERA: « Ik volg een cursus informatica bij de VDAB; ik wil opnieuw meedraaien en me núttig voelen. Ik heb jaren op kosten van het ziekenfonds geleefd: daar voel ik me best wel schuldig over.»
HUMO: Wat vindt je omgeving er intussen van dat je weer nuchter bent?
VERA: « Ik heb bijna geen vrienden van vroeger meer: de meeste hebben mij in de steek gelaten. Maar dat neem ik hun niet kwalijk: je kan niet leven met een alcoholist. Mijn kinderen zie ik gelukkig sinds kort wél weer, maar zij zijn wantrouwig - ze hebben zoveel vervelende dingen met mij meegemaakt, dat ze nu denken: eerst zien en dan geloven. Ze geven me ook vaak het gevoel dat ik geen gezag meer over hen heb. ‘Jij moet je mond houden,’ zeggen ze dan, ‘want jij bent een alcoholiste.’»
HUMO: Hoe groot is de kans dat je opnieuw begint te drinken?
VERA: « Ik besef gelukkig dat drinken voor mij een roetsjbaan naar het graf is. Ik was bijna in die epileptische aanval gebleven. Zoiets wil ik nooit meer meemaken.
........... » Ik sluit niet uit dat ik op een gegeven moment opnieuw naar de drank grijp, maar áls dat gebeurt laat ik mij de volgende dag opnieuw in het ziekenhuis opnemen om mij verder te laten begeleiden. Of ik de kracht heb om de rest van mijn leven nuchter te blijven weet ik niet, maar de wíl om niet meer te drinken heb ik in elk geval wel.»
Diederik Van den Abeele
Anonieme Alcoholisten: 03/239.14.15 (24 uur per dag)
SOS Nuchterheid: 09/330.35.25 (24 uur per dag)