Middelafhankelijkheid


Wat is middelafhankelijkheid of verslaving?

Verslaving of middelafhankelijkheid is de term voor het niet meer buiten een geneesmiddel, genotmiddel of bepaalde handelingen kunnen. De meeste algemene vormen van verslaving zijn die aan drugs (hasj, heroïne, cocaïne), tabak, koffie en alcohol. In toenemende mate wordt er aandacht besteed aan verslavingen die niet gericht zijn op het consumeren van psychoactieve stoffen; gokverslaving en werkverslaving zijn hiervan de meest sprekende voorbeelden. Ook eetverslaving, seks verslaving en zelfs internetverslaving worden gezien als een serieus gezondheidsprobleem.

Bij een verslaving verricht het individu handelingen om zich prettig te voelen, maar tevens om te kunnen ontsnappen aan gevoelens van 'onwel bevinden'. Kenmerkend daarbij is het telkens mislukken van pogingen het gedrag te beheersen, waardoor er sprake is van voortzetting van dat gedrag, ondanks de aantoonbare negatieve gevolgen.

Een sluitende definitie van verslaving is moeilijk te geven; de Amerikaanse arts Goodman heeft de aanzet gegeven door het begrip te definiëren aan de hand van de volgende criteria:
De impulsen om bepaald gedrag te vertonen kunnen niet worden weerstaan. Er is sprake van een stijgende spanning direct voorafgaand aan de verslavende handeling.

Tijdens de verslavende handeling ervaart de betrokkene een aangenaam of ontspannen gevoel.
De betrokkene heeft het gevoel de controle over zijn/haar gedrag te verliezen.
Het voorkomen van tenminste vijf van de volgende kenmerken:
1. preoccupatie met het gedrag of met de voorbereidende handeling,
2. herhaling van het gedrag in grotere mate en over een langere periode dan beoogd,
3. herhaalde pogingen om te stoppen of te minderen,
4. het besteden van grote hoeveelheden tijd aan het voorbereiden van de verslavende handelingen en aan het omgaan met de effecten,
5. het vertonen van verslavingsgedrag tijdens andere bezigheden,
6. het opgeven of verminderen van belangrijke maatschappelijke activiteiten (sociaal isolement),
7. voortduring van het gedrag, ondanks het feit dat de betrokkene zich bewust is van de (steeds groter wordende) negatieve gevolgen,
8. tolerantie (gewenning), zodat het gedrag moet worden geïntensiveerd om hetzelfde effect te bereiken,
9. rusteloosheid en geprikkeldheid als het gedrag niet gerealiseerd kan worden.

Gebruik van verslavende middelen wordt doorgaans in vier fasen onderscheiden:
1. kennis maken en experimenteren,
2. regelmatig gebruik,
3. overmatig of excessief gebruik en
4. verslaving.



Top