De cirkels van verandering


Enkele toelichtingen
Wanneer wij algemene nuchterheid als onze prioriteit willen vestigen dienen wij ons leven en onze gedragspatronen grondig te wijzigen. Wij doorlopen daarvoor verschillende stadia die samengevat worden in “de cirkel van verandering”. Hierna volgt een artikel dat eigenlijk bedoeld is voor de opleiding van begeleiders of leraars, maar wij kunnen het ook toepassen voor onszelf en tijdens de contacten met lotgenoten tijdens de samenkomsten.
Wanneer je het artikel grondig gelezen hebt kan je zelf eens proberen waar juist in de cirkel je jezelf op dit moment zou kunnen plaatsen. Misschien is het ook een goed idee van dit schema ook eens te gebruiken om te bespreken tijdens een samenkomst. Je kan er ook een speciale samenkomst voor afspreken om alles eens grondig te bespreken, nadat de lotgenoten het artikel eens bestudeerd hebben. In de tekst is af en toe sprake van “minderen van het gebruik”, maar we weten ondertussen dat voor iemand die verslaafd is dat geen realiseerbaar alternatief is. Dat kan misschien opgaan voor zeer jonge gebruikers (ev. leerlingen) die nog niet vastgeroest zijn in de ellende van misbruik. Voor ons blijft totale abstinentie de eerste prioriteit.
Geert



De stadia van verandering

Overpeinzing
In dit stadium realiseert iemand zich dat hij mogelijk persoonlijke problemen heeft. Hij begint last te krijgen van de nadelen van het gebruik van genotmiddelen of gokken. Het kan hem af en toe echt bezig houden. De persoon begint te denken over manieren om deze problemen kwijt te raken, maar hij heeft nog geen besluit genomen om te veranderen. Het denken is te vergelijken met een weegschaal. Aan de ene kant wegen de argumenten om te veranderen zwaar, aan de andere kant houden de argumenten om niet te veranderen de weegschaal in evenwicht. De voor- en nadelen hebben in dit stadium afwisselend de overhand. Het ene moment kan iemand zich soms echt ongerust maken en op een ander moment, vooral in het bijzijn van vrienden kan dat weer helemaal omslaan en vindt hij dat er niets aan de hand is. De grootste zorgen in dit stadium zijn de angst om iets prettigs te verliezen en de angst niet competent genoeg te zijn om de problemen op een adequate manier te kunnen oplossen.
Het kan die persoon helpen om objectief naar zijn gebruik te kijken. Vraag daarom of hij zijn gebruik bij wil houden zodat duidelijker wordt of er wel of geen probleem is.
Dit stadium eindigt in een toestand die zich het best laat omschrijven als cognitieve dissonantie. Aan de ene kant beseft de persoon dat hij dingen doet die niet ok zijn, maar tegelijk weet hij dat hijzelf wel ok is. 
 
Blokkades
• Iemand vindt de voordelen van zijn gedrag groter dan de nadelen. De voordelen hebben een functie voor iemand. Hij zal samen met de begeleider moeten zoeken naar alternatieven voor het verlies van die voordelen, bijvoorbeeld naar andere manieren om spanning af te reageren of onzekerheid te verbergen.
• Iemand heeft een beperkt gevoel van eigenwaarde en denkt negatief over zichzelf. Bovendien voelt hij zich vaak de dupe van omstandigheden waarop hij zelf geen invloed kan hebben.
Vanwege dat negatieve zelfbeeld wil of kan hij zich niet realiseren dat zijn situatie problematisch is. Dan zou hij er ook iets aan moeten doen en daartoe acht hij zichzelf niet in staat. Sterker nog, hij drinkt of gokt of blowt soms juist om geen problemen te hoeven ervaren.
• Iemand heeft geringe vaardigheden. Het gevoel niet competent te zijn hangt nauw samen met het negatieve zelfbeeld. Het “ik zou wel anders willen, als ik het kon” vormt een barrière die verandering in de weg staat. De verhoging van zelfredzaamheid en het aanleren van sociale vaardigheden zijn daarom belangrijk.
• Onzekerheid vormt altijd een weerstand tegen verandering. Gecombineerd met de hierboven genoemde eigenschappen maakt gedragsverandering nog minder aantrekkelijk. Wat geef je prijs als je jouw overlevingsmechanismen opgeeft? Het drinken in het café of het blowen met vrienden vormen een vertrouwd patroon. Wat verlies je als je dat niet meer doet? Waar kom je in terecht en hoe moet je je dan gedragen?
 
Enkele tips:
• Versterk het zelfvertrouwen van de persoon. Werk aan zijn vertrouwen in de eigen veranderingsmogelijkheden.
• Vergroot de bezorgdheid van die persoon voor zijn persoonlijke problemen.
• Verminder de aantrekkelijkheid van het gedrag dat tot het gebruik van genotmiddelen of tot gokken leidt. Vergroot de mogelijkheden en aantrekkelijkheden van ander gedrag. Dit kan door met de persoon de voor- en nadelen van het gedrag te onderzoeken en te verduidelijken. Noem niet alleen de negatieve kanten, want de persoon zal dan des te hardnekkiger proberen de voordelen te verwoorden. Stuur de persoon niet naar een bepaalde uitspraak of beslissing, maar probeer hem aan het denken te zetten.
• Gespreksvaardigheden zijn: open stellen en actief luisteren, verhelderen, samenvatten en het geven van objectieve informatie.

Beslissing
De persoon besluit om iets aan het probleem te gaan doen. Dit is eigenlijk geen afzonderlijk stadium, maar een overgang van overpeinzing naar actieve verandering. De persoon zal deze beslissing zelf moeten nemen en geloven dat verandering mogelijk is.
Het is ook mogelijk dat iemand besluit om niet te veranderen. De persoon verlaat dan de cirkel van het model. Dit kan tijdelijk zijn. Bijvoorbeeld als iemand zich later op grond van nieuwe informatie of gebeurtenissen toch gaat realiseren dat er problemen zijn, kan hij opnieuw de afweging maken. Op dit moment verlaat de cliënt de cirkel en komt weer in de fase van de voorbeschouwing. Hij is er immers van overtuigd geen problemen te hebben, terwijl anderen dat wel vinden.! Als iemand besluit om te veranderen hoeft dit niet te betekenen dat hij die verandering onmiddellijk doorvoert. Sommigen lopen maanden (en soms jaren) met het besluit rond dat verandering noodzakelijk is, terwijl men geen poging doet om dit besluit in de praktijk te brengen.

Blokkades
• De methode voor verandering die aangeboden wordt sluit niet aan bij de persoon. Bijvoorbeeld een serie gesprekken met een begeleider, waarmee de persoon niet goed kan opschieten. Het gevolg hiervan is dat de persoon de stap naar actieve verandering niet kan zetten.
• Bij dit stadium kunnen dezelfde blokkades een rol spelen als bij overpeinzing.
• Een blokkade in de besluitvorming kan de voortgang tegenhouden of vertragen
.
Enkele tips:
• Help de persoon een weloverwogen beslissing te nemen. Zorg voor zoveel mogelijk objectieve informatie.
• Verhelder samen met de persoon op welke wijze hij zijn gedrag wil veranderen en ga na welke werkwijze bij hem past.
• Zet het besluit op papier, maak een soort contract.
• Gespreksvaardigheden zijn: verhelderen, open vragen stellen, samenvatten en het geven van informatie over riskante gewoonten.

Tijdelijke uitgang
Hier verlaat je de cirkel als je beslist (eventueel tijdelijk) niet door te gaan met nuchter worden en van nuchterheid je eerste prioriteit te maken.

Actieve verandering
In dit stadium verandert iemand daadwerkelijk zijn gedrag. Dit gaat meestal met vallen en opstaan. Veranderen hoeft niet te betekenen dat er gestopt wordt. Minderen kan ook een verandering zijn. Als de verandering succes heeft zal het gevoel van eigenwaarde van de persoon stijgen. De eerste successen geven de cliënt een nieuw gevoel van zelfredzaamheid. De cliënt verliest de angst om niet in staat te zijn wijzigingen aan te brengen in zijn gedrag. Gewoonlijk neemt het sociale systeem rond de cliënt de veranderingen waar en beoordeelt deze positief.
Verandering betekent niet dat een persoon nooit meer zal terugvallen in zijn oude gedrag. Integendeel, bij de meeste mensen gebeurt dit nogal eens. Deze ‘terugval’ is overigens niet dezelfde als de terugval in het laatste stadium. Het is in dit stadium een onderdeel van het veranderingsproces. Als een terugval optreedt, moet voorkomen worden dat dit negatief benaderd wordt. Anders krijgt de persoon het idee dat het hem niet lukt om te veranderen.
In dit stadium worden met iemand concrete afspraken gemaakt, die elke week besproken worden. Onderwerpen zijn: hoeveel is er gebruikt, wat gaat goed, wat niet, hoe komt dat, enzovoort.

Blokkades
• Voor het stadium van actieve verandering gelden de blokkades die in de voorgaande stadia zijn genoemd.
Enkele tips:
• Help de persoon de door hem gewenste veranderingen via de door hem zelf gekozen methode te bereiken.
• Geef de persoon tijd en ruimte om te veranderen. Het hoeft niet in een keer goed te gaan. Probeer de persoon positief te stimuleren en te belonen als het goed gaat.
• Gespreksvaardigheden zijn: verhelderen, afspraken nagaan en adviseren.

Vasthouden, Stabilisatie
In dit stadium heeft iemand een nieuw gedragspatroon aangeleerd. Hij probeert het nieuwe gedrag te handhaven en terugval te voorkomen. Het nieuwe gedrag wordt zoveel mogelijk geïntegreerd in het dagelijkse leven van de persoon. Dat kan betekenen dat iemand gestopt is met het betreffende genotsmiddel of met gokken. De kans op terugval is nog steeds aanwezig. Dit hoeft geen ramp te zijn, maar het brengt wel een risico met zich mee. Mensen kunnen een terugval zelf als afgang of als een teken van slapheid ervaren. Het is daarom belangrijk met verslaafden te bespreken dat dit kan gebeuren.

Enkele tips:
• Help de persoon zijn gedragsverandering te handhaven. Houd contact met de persoon.
Vraag af en toe hoe het met hem of haar gaat.
• Bereid de persoon voor op eventuele terugval naar het oude gedrag en leer hem om daar mee om te gaan

Permanente uitgang
Hier kan je de cirkel verlaten als je helemaal gestabiliseerd bent. Dat duurt echter jaren, en voor ons blijft altijd een terugval mogelijk.
 
Terugval
Mensen die te veel hebben gedronken, geblowd of gegokt, kennen periodes dat zij terugvallen in hun oude gewoonte. Dit is niet zomaar een ‘slippertje’, zoals vaak voorkomt in het stadium van actieve verandering. Bij terugval is sprake van een langdurige periode van het oude, ongewenste gedrag. Terugval brengt vaak met zich mee dat iemand weer belandt in het stadium van overpeinzing. De cliënt zal na een aantal terugvalervaringen meer sceptisch worden over de mogelijkheden om te veranderen.

Conclusie
Veel hulpverleners gaan er vanuit dat de cliënten die ze ontmoeten gemotiveerd zijn om te veranderen. Als ze niet gemotiveerd zijn, dan zouden ze dat eigenlijk moeten zijn gezien hun persoonlijke situatie. Daarom worden interventies gebruikt die van toepassing zijn op het stadium van actieve verandering. Een consequentie hiervan is dat de cliënten in een ander stadium geen adequate hulp krijgen. Ook is het belangrijk te erkennen dat een persoon in verschillende stadia van verandering kunnen zijn, met verschillende problemen. Het is daarom erg belangrijk dat de hulpverleners goed kunnen inschatten in welk stadium de persoon zit.

Schematisch overzicht : kenmeken van de stadia van gedragsverandering
Voorstadium (voorbeschouwing)
Geen probleem, geen veranderingswens.
Iemand anders is zich van het probleem bewust.
Overwegen (overpeinzing)
Ambivalentie – wil verandering en dan weer niet. Overwegen van positieve en negatieve gevolgen.
Beslissen (besluitvorming)
De beslissing nemen om te veranderen.
Er wordt voorbereid hoe en wat men zal veranderen. Verandering is in deze fase nog niet zichtbaar voor de omgeving.
Uitvoeren (actieve verandering)
Er is daadwerkelijke verandering. Dit is ook zichtbaar voor de omgeving.
Is een leerproces - vallen en opstaan.
Vasthouden (stabilisatie)
Doel is bereikt, nu moet er geconsolideerd worden om de veranderingen vast te houden en verder te zetten in het “nieuwe leven”.
Permanente uitgang
Hier kan je de cirkel verlaten wanneer je helemaal gestabiliseerd bent. We weten allemaal dat dit jaren duurt en een terugval blijft voor ons altijd mogelijk.
Terugval
Men valt terug in een vroeger gedragspatroon, en komt daarna wanneer het goed is terug in de eerste fase, de overpeinzing. Als men onmiddellijk ingrijpt duren de stadia minder lang en kan men vlug komen tot actieve verandering, met de hulp van andere lotgenoten binnen de werking.

Top